zaterdag 8 november 2014

Lombok, Bali en Kalimantan, Indonesië 2

Iedereen die een aantal Indonesische eilanden bezoekt zal zich net als wij al snel bewust worden van de verscheidenheid aan etnische groepen, gebruiken, religies en rituelen. Moslim of Hindoe, Boeddhist of Christen, een eenheid in verscheidenheid! Toch is 90 % van de bevolking moslim en overal waar wij komen staan de luidsprekers een aantal keren per dag te galmen om de mensen te manen tot het gebed. Hier op de rivier zijn de verschillende gezangen hinderlijk aanwezig, de eerste dienen zich al aan om 5 uur in de ochtend.
Nadat we de Komodo eilanden hebben bezocht varen we naar Lombok, het oostelijke buureiland van Bali. Toch weer zo’n 219 zeemijlen verder naar het westen van Indonesië. We liggen achter ons anker in de Marina en er zijn douches, aangelegde tuinen en een open restaurant, alles even netjes onderhouden. Hier treffen we op een avond twee leuke Nederlandse vrouwen. Al vaker fietsend door Indonesië doen zij nu Lombok aan. Knap hoor onder deze vaak chaotische verkeersomstandigheden. Hitte, klimmen, dalen onder begeleiding van honderden motortjes en paardenkarren (cidomo’s), niet echt gemakkelijk!
Een speciaal welkom staat ons te wachten en vele belangrijke genodigden in de klederdracht van verschillende provincies maken hiervan deel uit. We nemen ten slotte deel aan ‘Sail Indonesia’. We worden zelfs verrast met de aanwezigheid van mooie inlandse vrouwen die deel hebben genomen aan de miss verkiezingen. Tv camera’s maken opnames van de uitbundige feestelijkheden. Open tenten met veel draperieën in de landkleuren van Indonesië, rood en wit, dans, muziek en buffet, alles tot in de puntjes verzorgt. We zien voor het eerst de traditionele vechtsport met stok en schild. Er gaat een behoorlijke tijd vooraf voordat er twee rivalen bereid zijn om de strijd met elkaar aan te gaan, het gaat er hevig aan toe en rake klappen worden uitgedeeld. We zien de striemen op armen en rug verschijnen. Zelfs de scheidsrechter heeft moeite om er ongeschonden tussenuit te komen. Niet alleen show dus!
Wij huren een motorfiets en gaan met de flow van georganiseerde chaos naar de hoofdstad Mataram. De weg is zelfs heel goed en gelukkig kent Lombok weinig autoverkeer. Een drukke stad met musea, culturele centra, tempels en moskeeën, een drukte van jewelste. We moeten rekening houden met de vele paardenkarren en de apen onderweg.
Later die dag, als we terug gaan, nemen we de kustweg waar tientallen jongeren met motors en scooters van de zonsondergang genieten. Overal staan stalletjes met eten. We zien dan ook de achterliggende vulkaan, Gerung, in de rode lucht afgetekend. Het uitgaansleven op zaterdagavond!
De motor bevalt ons goed en we maken nog een tocht, nu naar de
watervallen. We wandelen dwars door de rijst- en pinda velden naar de waterval waar Arnold natuurlijk een duik neemt in het koude water. Onderweg zien we de vele veldwerkers in gebukte houdingen om de pinda ’s te oogsten en binnen halen. De begeleidende gids vertelt ons dat zij twee grote balen per dag plukken en daarvoor per zak 25.000roepia (€ 3,25) ontvangen. Kennen wij niet het gezegde; peanuts, in de zin van het is niets of kost niets? Voor een klein inkomen staan zij de hele dag in de hitte gebukt te plukken. Peanuts! Ik zal het woord niet snel meer als symbool voor hoegenaamd niets gebruiken.
Er wordt van ons gevraagd om op een school in het Engels te spreken en natuurlijk doen we dat. De jonge studenten, in het begin wat verlegen maar steeds meer loskomend, proberen hun Engels uit op ons en dat gaat ze goed af als wij het maar eenvoudig en schools houden, Op inhoudelijke vragen is het begrip van zinnen niet gemakkelijk voor ze. Maar lachen, doen we zeker.
Helaas hebben we ook hier geen tijd om het binnenland of andere delen van Lombok te leren kennen want de rally gaat verder en nu naar de noord kust van Bali.
Bali, in 1906 is er vooral rondom Denpasar gevochten tegen de Nederlandse milities. Duizenden Balinese krijgers, slechts gewapend met speren en krissen stierven een tragische en heldhaftige opofferingsdood, door de hand aan zichzelf te slaan of door Nederlandse kogels. Een trieste geschiedenis en wij zijn er niet zo blij mee als er gevraagd wordt waar we vandaan komen. Belanda, Belanda, uit Nederland!
Vooral Bali is een paradijs voor kunstnijverheid en overal zien wij ambachtslieden die in de open lucht hun ambacht uitoefenen. Er zijn maar weinig landen ter wereld die zo veel gelegenheid geven tot ontmoetingen met zoveel kunstenaars die een eeuwenoud ambacht beoefenen. We zien veel houtsnijwerk, bewerking van stenen, metalen, edelsmeden, glasblazers, manden en keramiek, schilderkunst, poppen en maskers. Alles uitingingen van de spiritualiteit van de mensen. Beeldende kunsten zijn belangrijk voor de maatschappelijke en culturele identiteit en spelen een rol bij overgangsriten bij geboorte, bereiken van de pubertijd, huwelijk en overlijden. Wij kunnen de overvloed van kunstnijverheid en verfijnd vakmanschap nauwelijks verwerken na het toch wel tekort op dit gebied in Fiji. 
Tochten over het eiland naar het voornamelijk toeristische middengedeelte voeren ons over de bergen en langs de mooie lagergelegen rijstvelden. Onderweg naar Ubud kunnen we zelfs dozen aardbeien kopen. Voor ons een onverwachte traktatie en vooral later met suiker op een vers sneetje wit brood! Heerlijk! Verder krijgen we heel wat te zien van de Hindu-Dharma godsdienst want bij ieder huis staan de velen schrijnen en tempels. Een grote uitzondering is een eenvoudige Boedistische tempel met de opengewerkte stoepa’s. Hier straalt een rust van uit.
We bezoeken ook Pura Gunung Kawi, een 11de eeuw complex van in de rotsen uitgehouwen schrijnen en monnikscellen met het uitzicht over de rivier Pakerisan. De stalletjes met verkopers staan rechts en links opgesteld en het is spitsroeden lopen. Allen roepen om hun waar te laten zien en hopelijk te verkopen. ‘’Mister, mister’’? 

Kalimantan, Borneo. In Kumai aangekomen, een stadje aan de drukke rivier worden we i.v.m. de rally weer feestelijk ontvangen en twee dagen zijn er uitgetrokken voor ontvangsten en rondritten met een grote luxe bus onder begeleiding van politie op motor en drie grote zwarte politieauto’s. Dit is site-seen op zijn best en plots maken we deel uit van de honderden toeristen die dit eiland bezoeken. Cultuur, dansen en uitstapjes, de verzorging van drinken en voedsel zijn optimaal, we komen niets tekort! We moeten zelfs in een soort religieuze carnavalsoptocht mee lopen en hebben allemaal een gifgroen poloshirt gekregen met de rallynaam erop! Iedereen wil met de groep op de foto en we voelen ons even vips. De tocht over de rivier in kleine smalle tjek-tjeks is speciaal omdat we nu pas zien hoe het leven zich afspeelt op en langs de rivieren. 
Dit is het land van de stroomversnellingen, oerwouden en wilde dieren. De vele vogelsoorten, orang-oetans, neusapen ( die zij Dutch monkeys noemen), gibbons, javaanapen, neushoornvogels, varanen en krokodillen.
De longhouses en talrijke nederzettingen aan de rivieren van Borneo. De hutten en huizen staan op palen en op drijvend pontons heeft de bevolking openbare toiletten geplaatst. Een speciaal netwerk van planken tussen de woningen vormt het wegennet Het vuil en afval gaat allemaal het water in, ook het vele vuil dat overal droog opgestapeld ligt. Met de eerste moessonregens zal al dat vuil wegspoelen om uiteindelijk in de zeeën rondom de eilanden te verdwijnen. 
Langs de rivier in dit stadje zien we een eigenaardig fenomeen. Tientallen grijze gebouwen torenen boven het stadje uit. Geen ramen aanwezig maar overal kleine gaten. Het blijken broedplaatsen te zijn voor de duizenden zwaluwen die hun nesten binnen bouwen. Zij worden gelokt door zwaluw geluiden uit de luidsprekers op de gebouwen. En om deze nesten gaat het! Voor wat en voor wie? Het speeksel waarmee deze vogels de nesten bouwen moet erg gezond zijn, speciaal voor zwangere vrouwen. De nesten worden geëxporteerd naar China! Jawel, die eten de vogelnesten in een soort soep! Kan het nog vreemder? Het is een miljoenen business!
Wij liggen met een groot aantal zeilboten op de rivier naast het grote National park,Tanjung Puting waarheen we een tocht boeken, een driedaagse tocht op een rondvaartboot ( klotok)voor de jungle. Wij zijn niet de enige aan boord want onze Franse vrienden met twee kinderen, hondje Eiko en moeder gaan met ons mee. Op de valreep ook nog gezelschap van John, een Canadese solozeiler. De bemanning bestaat uit twee schippers, een kok en een gids. Geen hoogseizoen maar wel heel veel andere klotoks op de rivieren om allen tegelijk aan te komen op de voederplekken van de orang-oetans. Filevorming op de rivier.
In het wild blijft een jonge orang-oetan de eerste zeven tot acht jaar bij zijn of haar moeder en leert alles om te overleven. Om een jonge orang-oetan te vangen moeten stropers de moeder doden, waardoor het lange leerproces abrupt onderbroken wordt. In rehabilitatiecentra wordt geprobeerd om de in beslag genomen dieren natuurlijk gedrag aan te leren om te kunnen overleven. Op speciale plekken worden deze apen bijgevoerd met bananen. Het is de bedoeling dat de gerehabiliteerde dieren zelf op zoek gaan naar ander eetbare vruchten. En het zijn werkelijk prachtige dieren en sporadisch zien we ze ook soms in de bomen langs de rivier als we voorbij varen. Fantastisch, we zien moeders met kinderen in verschillende leeftijden en een aantal jongeren. De vaak imposante mannetjes zien we alleen op de voederplaatsen. Velen leven solitair. We worden regelmatig opgeschrikt door het vele gekrijs van de neusapen in de bomen als zij Eiko, het hondje bij ons aan boord zien. Eiko zelf wordt er niet koud of warm van. Zelfs niet als we een grote kop van een krokodil naast de boot ontdekken!
De tijd breekt aan om verder naar het noordwesten te varen richting Maleisië en Singapore waar we voor de 24ste oktober moeten zijn omdat dan het visum van Indonesië verloopt, maar we komen terug! Hebben nog zoveel eilanden niet gezien!

Oktober 2014,
Coby








 




 
 
 



woensdag 24 september 2014

Indonesië, gamelan, islam, knetterende brommertjes, saté en kroepoek


Torres Strait! De beruchte zeestraat tussen Papua New Guinea en Australië, waar wij Drifter doorheen sturen. De passaatwind samen met een flinke stroom mee stuwt ons met 9 knopen snelheid erdoor heen. (normaal gaan we 5 á 6 knopen) We zien grote zeeschildpadden in het heldere blauwe water hard voorbij peddelen. Mijlen ver azuur blauw, veroorzaakt door ondiepten en de bodem die uit wit zand bestaat.
Verderop zien we heel wat vissersvaartuigen die totaal niet reageren als wij ze oproepen, Arnold geeft zelfs een alarmstoot via de marifoon (VHF) als er een recht op ons afkomt. Wij moeten uitkijken en uitwijken en maken dat we weg komen! Het is hùn straat waar wij ons als indringers voelen. #*+**##
Voor het eerst na lange tijd weer prachtige heldere zonsondergangen te zien. En we vangen weer een vis, nu een geelvin tonijn. Twee keer per dag sushi en sushimi!
We varen in 8 dagen naar het eiland Yamdena in Indonesië met het stadje Saumlaki, waar een deel van de rally bijeen komt.Als we achter ons anker liggen horen we iemand die ons toeroept in onze eigen taal; “Goedemorgen!” Het is een van de organisatoren van de rally, George, die later vertelt dat hij in Rotterdam is geboren. 
 De vele formaliteiten nemen dagen in beslag en we lopen een deuk op! Een
motorboot met officials ramt Drifter als zij op topsnelheid naast ons willen aanmeren. Het raam en frame van een patrijspoort gaan aan scherven. Nog geen verontschuldiging kan eraf. We zijn woest en ontdaan. Later blijkt dat zij ook erg geschrokken waren. Bij de catamaran Sirius zie ik een politievaartuig liggen en op mijn herhaaldelijk aandringen komt een officier uiteindelijk een kijkje nemen. Een paar foto’s van zichzelf erop met op de achtergrond een gehavende Drifter, dat is wat hij belangrijk lijkt te vinden. Een flinke domper op het geheel. We kunnen niet verder zeilen zonder eerst een noodvoorziening te maken. Drifter wordt er niet mooier op…
Na een aantal dagen komen er meer zeilboten binnen, alle vanaf Darwin, Australië. Een aantal neemt deel aan een tweede rally. Voor het stadje liggen nu al 28 zeilboten.We worden welkom geheten door een comité van stijlvol traditioneel geklede oude mannen, erg belangrijke Indonesiërs zo te zien, duidelijk uit de hogere kaste! In het kader van een welkomceremonie zingen zij een lied en geven ons een slok sopi of arak, een plaatselijke palmwijn. Straf spul…. Een speciale dansgroep van kinderen met begeleiding van muziek, staan op ons te wachten. Jeetje, heel anders dan wat we allemaal op de Pacific te zien kregen. De meisjes opgemaakt als volwassenen met ingetogen kleine danspasjes en fijne elegante hand gebaren maken deze dansen heel stijlvol om te zien. Ook zingen zij ons in Engels toe, heel verrassend! Later willen vooral de meisjes met iedereen op de foto. Dit zal tot vervelens toe
heel wat keren meer gebeuren. In Indonesië beschouwd men het als een hele eer om samen met blanke mensen op een foto te staan. Drankjes, lekkere hapjes, diners en tours over het eiland staan ons nog te wachten.

Hoe beschrijf je de lawine van eerste indrukken waaronder we bedolven worden? De vele mensen, muziek, de knetterde brommertjes die om de haverklap toeteren, open stinkende rioolputten en opgebroken stoffige trottoirs, galmende minaretten, gezellige drukke pasars (markten), de geuren van verschillende stalletjes op straat met etenswaren? En steeds opnieuw horen we, ‘’hallo misses, mister’’ en iedereen wil op de foto met ons…
Getijdenwater, soms breekt het ons op een leuke manier op! Op de kant aangekomen meren we aan de achterzijde van een hotel. Een wankele houten trap die ons naar boven leidt door een oase van groen, de lange tuin van het hotel met tientallen potten met planten en palmbomen. Overal staan banken, tafels en ligmogelijkheden. Erg uitnodigend allemaal. Het bier is er koud en goed van smaak. Zeilers blijven graag hangen op deze uitzonderlijke plek. Een stuk rustiger dan het stadje. Als we de straat op willen gaan moeten we door een lange corridor van het hotel lopen. Als we veel later terug willen naar Drifter, is het water zodanig gezakt dat het beter is een aantal uren te wachten. Reden genoeg om langer te blijven hangen. 
Daarna door naar de eilanden Alor en Flores. We varen langs rokende conusvormige vulkanen en zien in de avond de gloed van de lava. Ook hier weer een prachtige welkomstavond georganiseerd voor de deelnemers aan de rally. Muziek, dans en een buffetdiner. Geen alcohol en we missen het niet eens.
We zijn op tijd aangekomen in Alor om nog te kunnen genieten van en groot festival en toeren over het eiland waar we authentieke en traditionele dorpen bezoeken. De mensen zijn erg vriendelijk. Velen zijn tandloos maar kauwen wel op betèlnoten en naar wat ik heb gelezen tegelijk op koraal. Dit maakt het tot een papje. Speeksel hoopt zich op en daardoor zien de stompjes en tandvlees er bloederig uit, kan nog het erger? Ja, op Sumatra leven de Bataks en zij slijpen de tanden af tot stompjes om ze daarna zwart te maken met baja-hout. Maar daarover later!
Op Flores bezoeken we de hoogste vulkaan, Keli Mutu met drie kratermeren die verschillend zijn van kleur. Die kleuren krijgen we helaas niet te zien vanwege het slechte zicht. Hier hoger in de bergen hebben we vandaag toevallig regen en dikke mist. Jammer, dan maar op Google-earth kijken hoe het er uitziet. Weer lager gekomen zien we de mensen werken op de sawa’s. De lager gelegen rijstveldjes met kronkelige dijkjes schitteren door het water en strekken zich uit als webben langs de steile berghellingen. Onze chauffeur stopt op ons verzoek overal om plaatjes te schieten. Wat een prachtig landschap… 
Verder gaat het en bijna iedere dag varen we via de baaien en inhammen van de noordkust van Flores. Knetterende en pruttelende motortjes van voorbij varende vissers verstoren de rust, maar we genieten ervan. Het is uitkijken vanwege de lange sleepnetten die bijna niet te zien zijn maar honderden meters lang drijven achter deze lage bootjes. Niet altijd is er vlag te zien waar het net eindigt.
En dan weer rust en stilte! Bij een klein dor uitziend eiland zien we in de avond aapjes op het strand op zoek naar voedsel, krabbetjes en schelpjes. Het strand is schoon gespoeld door het opkomende water, achter de vloedlijn ligt het vuil overal hoog opgestapeld. Het leek ook te mooi om waar te zijn!

Dan komen we aan op de Komodo eilanden en varen eerst naar Rinca. Een van de vier eilanden waarop de reuzedraken huizen. De Varanus Komodoensis. Op beide eilanden, Komodo en Rinca leven er ongeveer 4000 van deze uit de kluiten gewassen varanen.
En ze zijn er! Tijdens een flinke wandeling onder begeleiding van ’n ranger, uitgerust met een lange gevorkte stok om zichzelf en ons te beschermen, komen we er verschillende tegen. De kleintjes verschuilen zich na de geboorte 3 à 4 jaar in de bomen voordat zij zich op de grond wagen. De eilanden zijn erg droog maar toch zien we roedels herten, wilde buffels, paarden en zwijnen. Genoeg voedsel voor de komodo’s. De dragons zijn in staat een zwijn of hert ineens te doden. De buffels en paarden verwonden zij waarna een infectie door bacteriën de rest doet. Binnen een week is het dier dood en doen de dragons zich te goed aan een uitgebreid diner.
Op een heuvel aangekomen zien we in de verte de hoge bergen en vulkanen op Sumbawa liggen. 

Tot zover deel 1 van Indonesië. Wordt vervolgd.
Heel veel groetjes,
Coby
September 2014

 

 























 








zaterdag 23 augustus 2014

Papua New Guinea, wat een verrassing.

1300 zeemijlen te gaan…daar worden we even stil van. Steeds op zoek naar andere horizonten, heeft er voor gezorgd dat we nu na een reis van 8 dagen in Papua New Guinea zijn aangeland.
De Franse boot, Elhaz ligt al te wachten op ons en na ons arriveren de twee andere zeilboten met wie we onderweg zijn, allemaal Fransen! Een van hen heeft een klus te doen onder de boot vandaar dat we niet rechtstreeks naar Port Moresby zijn gevaren en hebben gewacht op hen in de Louisiades. Inmiddels 930 zeemijlen gevaren. We hebben het naar onze zin gehad. Het weer was ons goed gezind. En we vingen een grote blauwvin tonijn!Zonder te overdrijven geschat op 70 cm en 8 kilo zwaar. Susjimi, sushi, half rauw, ges toomd, gebakken en op het laatst Thaise viskoekjes ervan gemaakt. Voorlopig genoeg vis!
Drifter hebben we opgetuigd gehad met twee bomen, een aan bakboord en een aan stuurboord. Dat zijn aluminium uitstaanders voor de zeilen zodat deze niet steeds dichtklappen als we heupwiegend met de deining meegaan. Dit wordt wel genoemd; als een melkmeisje varen, of onder moeders rokken. Ook varen we een dag met de grote gekleurde spinaker, een groot licht voorzeil, goed voor als er weinig wind staat. Wij zeilen met een groot rood, wit blauw spinaker! Een Nederlands gekleurd speldenknopje op een immens grote zeevlakte.
Een borrel aan boord van Drifter in het gezelschap van Elhaz is warm en weldadig voor de spieren die langzamerhand gaan ontspannen.
We gaan een dag later met hen naar de kant en hier komen we meteen in de jungle. Spinnen van allerlei kleuren hangen in hun web wachten op prooi. Sommigen van hen lijken op mooie kleurige bloemen, dit als misleiding. We moeten ook uitkijken voor slangen en wat al niet meer. In de rivier zitten zoetwater krokodillen en haaien zwemmen er genoeg in deze baai! We zijn voorzichtig, erg voorzichtig.
Op het strand zien we de Noni tree en de zachte licht groene vrucht kun je eten. De smaak is sterk, zoals een blauwe schimmelkaas. De jonge bladeren werken goed ingeval van ontstekingen.
Als we terugvaren naar Drifter zien we een klein open bootje en varen er naar toe. Eve en Yan begroeten de verschillende mensen in de houten kano. Wij volgen. Een welkoms glimlach van een oudere man. De betelnoot die hier wordt gekauwd zorgt ervoor dat deze mensen rode of zwarte of geen tanden meer in hun mond hebben. Wauw, het lijkt veel op bloed. Moeten we iets overwinnen om toch gewoon te doen en niet vol afschuw de andere kant op kijken? Gelukkig is de weerzin die ik voel maar een paar seconden en stap eroverheen. Ik veroordeel mezelf daarop maar later vertelt Arnold dit ook gehad te hebben.

Een grote zeeschildpad ligt levend en wel op zijn rug in de houten kano. Goed en lekker voedsel, vertellen zij ons. In de nacht zoeken zij met grote zaklantaarns naar krabben en krokodillen die hun aanwezigheid verraden door de weerschijn van het licht in hun ogen. Overal op het kleine smalle strandje zien wij grote batterijen liggen. Toch menselijke inmenging, ook hier. Naast de batterijen groeien oesters, ze liggen voor het oprapen. Of het echt gezond is weten we niet! Bij ons afscheid roep ik, ‘’Look om Yu!’’en zij groeten en zwaaien terug!
Deze mensen zijn klein, pezig en hebben dik kroezend haar dat recht overeind staat en waar volgens mij geen kam doorheen kan komen. Schuchter en nieuwsgierig bekijken zij ons.
Deze mensen kennen geen luxe en maken vuur zoals veel voorouders voor hen deden, met stokjes en droog gras of kokosvezels. De zeilers die hier aankomen, geven lucifers of aanstekers. Hun enige luxe is wat oude plastic en rubber emmers, wat haakjes en lijn die zij ook van zeilers krijgen. Hopelijk hebben zij beschutting voor de nacht gehad want het heeft flink geregend. Wij hebben de volgende morgen een dinghy vol regenwater opgevangen. Wassen, douchen en schoonmaken, water genoeg! 
Een documentaire met de titel, ‘Steel, Germ and Weapons’ geeft aan hoe het leven op de ene plek zo kan verschillen met een andere. Daarin wordt een vraag gesteld door een man uit Papua New Guinea (PNG) aan een onderzoeker, ‘’Waarom hebben blanke mensen zoveel spullen en wij zo weinig?” De professor is daarop jaren op onderzoek gegaan om een antwoord kon vinden op deze vraag. Hij startte zijn onderzoek in PNG, waar hij al bekend was. Een interessante documentaire om te bekijken.
Yan en Eve van de Franse boot Elhaz nodigen de mensen uit op hun boot om met ze te praten. Zij maken wat makkelijker contact. Zij geven overlevingscursussen in de jungle en regenwouden en maken video’s van de vele trips. Dit doen zij samen met hun dochter van 9 jaar, zoontje van 3 en een kleine ruwharige teckel, Eiko die gek is op zwemmen. Als ze na iedere zwempartij opnieuw terug komt naar de boot weten Yan en Eve dat er geen haaien en krokodillen zitten en ook zij kunnen zwemmen… Hu, grapje! Onvermoeid gaat zij haar eigen gang, ook op het land waar geen spin haar weet te imponeren. Zij peuzelt ze op met huid en haar!
Die middag aan boord van Elhaz drinken de mensen van dit eiland voor het eerst van hun leven koffie. Zij bekijken nieuwsgierig alle dingen aan boord en vertellen veel over hun leven op het eiland. De volgende dag gaat de Franse familie met hen vissen in de rivier. Ook hier maken zij natuurlijk een film van. Een dag later varen wij lange tijd op de rivier en zien prachtige beplanting van het regenwoud. We lopen naar een waterval waar we zwemmen in het koele water. Wauw!

8 Dagen later arriveren we in Port Moresby, de hoofdstad van PNG. De Royal Papua Yacht Club is een grote Marina waar we later ontdekken dat er heel wat buitenlandse mensen op hun enigszins grote boten wonen. Hier geen cycloonseizoen. Deze stad staat bekend als onveilig. Vrije toegang buiten de beveiligde poorten naar de supermarkten even verderop is geen probleem. Als we meer willen zien kan dat het best met een taxi en met anderen. Tja, helaas beperkt dat ons.
De eerste tijd zijn we enorm druk met papieren invullen om in te klaren en de visumaanvraag voor Indonesië. Gelukkig kunnen we nog twee dagen het grote Art en Cultuur festival bezoeken. Een geweldige ervaring. Kleurrijke dansers, figuren, groepen die verspreid op het festivalterrein optreden, de gebouwde hutten en onderkomens, de plaatsen waar houtsnijwerk, keramiek en geweven materialen van de vele eilanden ons sprakeloos maken. Ook is er veel te zien van de Salomon’s en andere eilanden.
Het was heel speciaal te zien hoe in de afgelegen eilanden van PNG de mensen wonen één groot houten huis op palen, een House Tambaran, waar een hele dorpsgemeenschap onderdak heeft en leeft. Op de eerste etage aan de beide zijden leven de vrouwen, jonge meisje en kinderen, gescheiden van de mannen. Die verblijven gezamenlijk in het midden van het gebouw. De jonge mannen huisden een etage hoger in de nok van het huis. Een dergelijk huis kon wel 250 meter lang zijn. Onder en voor het huis wordt gekookt, gewerkt, geweven en veel houtwerk gesneden. De vuren in en onder de woning werkten ook tegen muskieten. Je afzonderen met je geliefde kan alleen overdag in de jungle. Getrouwde stellen met een kind op komst verwijderen zich een paar maanden in de jungle tot de baby is geboren en komen later terug waar zij weer gescheiden van elkaar leven. Het leven bestaat uit een complex systeem van geloven en rituelen.
Deze huizen, hebben prachtig houten, in reliëf gesneden snijwerk, terwijl de schilderijen die we zien vaak typisch ‘plat’ zijn, zonder perspectief. Ook de keramische potten en schalen zijn veelvoudig versierd en dat geeft de waarde aan van het ‘gebruiksvoorwerp.
Wij denken vaak al heel wat gezien te hebben in de afgelopen 10 jaar en dat is misschien ook wel zo maar deze eilanden van PNG slaan echt alles op het gebied van cultuur en art. Wij staan met open monden en kippenvel op de armen te genieten van alles. Groots, kleurrijk, maar ook soms met andere gemengde gevoelens als ik de vele hoofdtooien met prachtig paradijsvogels aanschouw, helaas allen dood! Ook de versieringen met honderden tanden van honden en de kattenvachten doen me rillen.

De verschillende lange oude kano’s van 20 á 30 meter worden opnieuw beschilderd en de volgende dag tijdens verschillende rituele handelingen door wel 20 strijders met grote bijlen, onder aanhoudend slaan op de kundu en garamuts, en gezang aan barrels geslagen. Deze kano’s worden met rituelen in gebruik genomen en ook weer met respect en rituelen ‘afgedankt’ na soms wel 30 jaren van gebruik.
De kundu is het traditionele houten slaginstrument van PNG. Van klein tot heel groot en gedecoreerd heeft het de vorm van een smalle diabolo of overmaatse zandloper, bespannen met hagedissenhuid. De ritmes zijn vaak regio gebonden en vrij complex. Er wordt veel muziek gemaakt op bamboe fluiten, ratelende noten aan de enkels en schelpen. In de hooglanden wordt gespeeld op keramische fluiten.
Het museum dat we bezoeken laat ons wederom genieten van het verleden en heden, indrukwekkend hoor.
We bezoeken ook het parlementsgebouw in de stad. Ik noem het ‘t parlementgebouw maar het parlement bestaat uit 108 leden waarvan er maar 3 van de oppositie zijn. Zegt genoeg?!?
Ik heb al weer genoeg gezegd, tot de volgende keer.

Augustus 2014
Coby