maandag 18 maart 2019

De Rode Zee

Sri Lanka ligt inmiddels alweer ruim 8 weken achter ons. De oversteek van de Indische Oceaan, de tocht door de Golf van Aden en daarna de Rode Zee zijn goed gegaan. Aanvankelijk was er weinig wind maar later werd deze ons beter gezind. De eerste dagen moest de motor de nodige ondersteuning geven om enige voortgang te maken. De grootste moeilijkheid in dit geval lag in het feit dat we als konvooi door de Golf van Aden en de zuidelijke helft van de Rode Zee zouden trekken. Het is waarlijk een opgave om een groep zeiljachten met elk verschillende zeileigenschappen binnen een afstand van 1.5 tot 2 mijl te houden. Dit vraagt doorlopende alertheid, aanpassen van snelheid en coöperatie van allemaal. Iedereen was hiervan doordrongen en er waren tevoren duidelijke afspraken over gemaakt.
Drie van de zeven boten, toch netjes bijeen...
Yann en Eve, Franse vrienden met de boot Elhaz, hebben enorm veel werk gestoken in de voorbereidingen van dit konvooi. Yann heeft ook een heel protocol opgesteld om een en ander goed te laten verlopen en hoe te handelen in een mogelijk geval dat een of meer boten zouden worden belaagd door piraten. Al met al gaf het ons een redelijk veilig gevoel. Ook was er dagelijks contact met de coördinerende autoriteiten voor dit gebied. Hier wordt nl continu gepatrouilleerd door oorlogsschepen uit diverse landen. We hebben ze regelmatig gezien. Ook kregen we van tijd tot tijd bezoek van rond ons vliegende vliegtuigen en helikopters. De piraterij is hierdoor nagenoeg geheel onder controle. Onfortuinlijk genoeg moesten Yann en Eve zelf door omstandigheden op het laatste moment afhaken en hun overtocht uitstellen tot volgend jaar. Ze hebben ons wel op de voet gevolgd via de media, vooral e-mail via satphones. Enkele boten hadden deze aan boord.

Alles goed voorbereid en toch, en dat is bijna wetmatig op een cruisingboot, ging er nog van alles mis of kapot.
> Onderweg naar Sri Lanka gaf opeens de SSB-radio het op. Hij functioneert schijnbaar nog wel naar behoren maar heeft op een of andere manier geen zend- en ontvangvermogen meer. Nee, het ligt niet aan de antennetuner of antenne. Dit betekent dus dat we op zee geen e-mail kunnen versturen en ontvangen. Dus ook geen weersinformatie! Shit... We zijn dus afhankelijk van andere boten en dat geeft geen fijn gevoel, temeer omdat dat betekent dat we steeds met iemand anders zullen moeten opvaren als er geen internet voorhanden is.
> Onderweg naar Sri Lanka stopt ook plotseling de motor. Toch gek, in Langkawi heb ik zelfs de tanks laten schoonmaken. Filter vervangen en overschakelen op 'n ander dieseltank biedt voorlopig soelaas. Later blijkt er kennelijk toch in een van de leidingen nog wat ophoping van vuiligheid, waarschijnlijk samengeklonterde bacteriën, te hebben gezeten. Euvel dus ook weer verholpen en, inmiddels zo'n 700 ltr diesel verder, kennelijk naar behoren. Wel effe afkloppen...
> Ook nog net voor Sri Lanka staat er tijdens het draaien van de watermaker ineens een hele laag water onderin de boot. Wat blijkt; een nieuwe hogedruk slang die ik vorig jaar in Kuching heb laten maken is gebarsten en spuit het water in de boot in plaats van naar het membraan van de watermaker. Alweer shit... Gelukkig in Galle snel een hydraulische werkplaats gevonden waar ze een nieuwe slang voor me konden maken.
> Onderweg naar de Golf van Aden hebben we een mooi wind en gaan gezwind. Totdat het stiksel in de bovenste helft van de genua het langzaam gaat begeven. Die moet dus naar beneden en de yankee moet gehesen. Die blijkt later ook perfect te voldoen en was sowieso noodzaak voor de aandewindse rakken hier op de Rode Zee. Ik heb de genua nog niet kunnen repareren, het zeil is te groot en onhandelbaar om dit aan boord te doen en het is ook de vraag of we het met onze machine kunnen klaren. Er moet nl wel erg veel zeildoek onder de arm door en die geeft niet zoveel ruimte.
> In de Golf van Aden, in de corridor, hebben we een gunstige wind recht van achter. Het grootzeil naar beneden en twee voorzeilen, de yankee en de gennaker op. We gaan gesmeerd en we mogen deze wind voor de komende dagen verwachten. De vooruitzichten zien er zo gunstig uit en de wil dit gebied zo snel als mogelijk achter ons te hebben, doen me besluiten om de gennaker 's-nachts te laten staan. Iets wat ik nog nooit eerder heb gedaan. Alles prachtig tot ik s-nachts gepord wordt omdat er iets met de zeilen niet in orde is. En wat zie ik? Niets, de hele gennaker is verdwenen, blijkt strak om de hull onder de boot te zitten. Aan de boeg nog vast en de top achter de boot door het water slepend. Shit.... Met vereende krachten krijgen we hem uiteindelijk wel op het achterdek getrokken en gestouwd, fors gescheurd en gehavend, doordrenkt met zout water. Nadere inspectie maakt duidelijk dat de haak waarmee hij aan fal gehesen was onbetrouwbaar bleek. Deze was open gesprongen waardoor de hele boel naar beneden kwam. Deze haak heb ik dus inmiddels aan de bodem van de zee toevertrouwd. Grrrr... Of de gennaker nog te repareren is moet nog duidelijk worden. Ik heb hem nog onvoldoende kunnen uitvouwen en inspecteren. Om het zout er wat uit te spoelen hebben we hem 's-avonds in Port Ghalib in het naast de marina gelegen zwembad van het hotel, stiekem uitgespoeld. Toen we hem net weer op het droge hadden kwam er toch nog een manager vragen wat er aan de hand was. “Nou, dat zeil was in het water gewaaid maar inmiddels was alles weer onder controle. Geen probleem meer.” Was nog niet helemaal gelogen, toch?
> In de Rode Zee komt verschillende keren de schroef helemaal vol met algen te zitten. De lange taaie slierten doen het effect van de schroef teniet en remmen de boot behoorlijk af. Dit betekent de boot stil leggen, het water in en duikend de schroef ontdoen van de ongewenste troep. We treffen wat veiligheidsmaatregelen en Far is zo dapper het inmiddels veel koudere water in te gaan. Hij zit nog vers in z'n duikcursussen en is dus nog enthousiast voor zulke avonturen. Het euvel treedt regelmatig op en we beginnen er routine in te krijgen. Het lukt ons door te gaan bijliggen, dan hoeven we de zeilen niet te strijken. Gelukkig is in de tweede helft van de Rode Zee het algenprobleem aanmerkelijk minder.
> Er lijkt geen eind aan deze opsomming te komen en we zijn er nog niet. We zijn net Port Sudan gepasseerd en besluiten een ankerplek te nemen in het Sanganeb rif. Een prachtig rif en het toeval wil dat een van de boten waarmee we opvaren naar dit rif genoemd is. De doorgang is vrij nauw maar we kunnen 'Sanganeb ll' volgen, de eigenaar kent het hier goed. Hij heeft hier enkele jaren gecharterd. Ik weet nog steeds niet hoe het kan of wat er gebeurde maar plots zaten we met Drifter bovenop een rif. Vast, maar met enig manoeuvreren konden we op eigen kracht los komen. Ik wist al wel dat de schroef geraakt moest zijn en was erg benieuwd naar de schade. Varen en manoeuvreren ging in elk
De afgebroken helft van het roer.
geval nog. Nadat we geankerd waren konden we het water in om te inspecteren. Van de schroef waren twee bladen wat verbogen maar alles leek nog wel bruikbaar. Erger was het roer eraan toe. De onderste helft, tot waar de roeras in het draaipunt van de scheg valt was helemaal afgebroken en hing er omhoog geklapt aan nog wat sliertjes multiplex bij. Even bewegen en met een mes erlangs en het was los. Grofweg 1/3 van het hele roer inclusief het balansgedeelte kwam uiteindelijk aan dek te liggen. Da's schrikken, Shit.... Gelukkig blijkt Drifter nog goed bestuurbaar te zijn. Alleen bij strakke voordewindse rakken heeft ze er moeite mee, dat vraagt extra aandacht. D'r zal dus wel een nieuw roer gemaakt moeten worden. Alsof ik een gebrek aan uitdagingen had. Grrr...

Vanaf Sri Lanka deden we onze langste oversteek sinds we in 2004 uit Nederland vertrokken, 23 dagen. 23 etmalen non-stop varen en in die tijd legden we 2868 nautische mijlen af. We waren er dus wel aan toe voet aan land te zetten, en dat deden we in Suwakin in Sudan, bijna op de helft van de Rode Zee. Vanaf deze hoogte zou alles weer veilig zijn. Suwakin was vroeger een parel aan de Rode Zee met een eilandje in het midden van de haven. Hier staan nu alleen nog maar de ruïnes van alle historische gebouwen. Deze waren opgetrokken uit blokken koraal en nog altijd geeft dat een wonderlijk, haast spookachtig effect waarvan de vergane glorie nog afstraalt. Een minder fraaie kant
is dat de rijkdom deels vergaard werd middels slavenhandel. Suwakin was de laatste actieve slavenmarkt ter wereld en werd pas tijdens de tweede wereldoorlog op geheven.
Voor ons was het weer een totaal andere wereld. Oost Afrika maar met een erg Arabisch karakter. Droog, droog en droog. Woestijn waarbij het moeilijk is voor te stellen dat mensen hier een vorm van bestaan hebben en kunnen overleven. Waar de vroegere rijkdom nog zichtbaar is in de ruïnes, maakt het stadje nu een armoedige indruk. Het is een echte mannenwereld, je ziet nauwelijks of geen vrouwen op straat. Als we er al enkele zien brengt dat gelijk kleur. Alle mannen zijn nl gekleed in lange witte gewaden, soms wat grauw maar de bedoeling is wit. Vrouwen daarentegen zijn vaak gekleed in felle fraaie kleuren, buiten de enkele zwarte boerka die ook hier niet weg te denken is.

Op de hoogte van Suwakin ligt het keerpunt waar de Rode Zee berucht om is. Hadden we tot hier de winden met ons, van nu kunnen we vrijwel alleen maar straffe wind tegen verwachten. Het venijn van deze trip lijkt in de staart te zitten. Als de wind niet hard is kunnen we er tegenop kruisen maar opschieten doet het niet echt. Soms is er een gat met weinig wind en dan is het motor aan en naar het noorden. Op tijd een geschikte ankerplek zoeken om de volgende kalmte af te wachten. Het schiet niet echt op maar er is weinig andere keus.
Port Ghalib is onze eerste stop in Egypte. Het is een enorm kunstmatig aangelegd toeristenproject, voornamelijk om te snorkelen en te duiken. De hele entourage is er dan ook naar, alleen maar souvenirwinkels, restaurants, bars, hotels etc. Niet bepaald onze ding en vanaf het eerste moment vergaat ons alle plezier. Alle formaliteiten voor het inklaren moeten middels een dure agent gedaan worden. Het koste ons een hele dag. Waarbij we bijna een week op onze noodzakelijke cruisingpermit moeten wachten. Doorvaren is er dus niet eens bij. Gedwongen de marina in en wachten. Overal wordt geld voor gevraagd. Alles duur. Betaalden we in Sudan 8,5 Eurocent voor een liter diesel, hier ligt de prijs gelijk een Euro hoger. De regelgeving in Egypte is zo gecompliceerd dat de weg er niet in te vinden is en het corruptie in de hand werkt. We zijn er inmiddels in maar we moeten er ook nog uit. In Suez wacht ons de volgende agent. Ik hoor menig schipper verzuchten: “Het is omdat we niet anders kunnen maar dit is eens Egypte maar nooit weer Egypte”.
Volop olieactiviteit in het Egyptisch deel van de Rode Zee.
Van Port Ghalib naar Suez is maar zo'n 300 mijl, we zijn inmiddels zes dagen onderweg en hebben nog 140 mijl te gaan. Stukjes varen en wachten op 'geen' wind. Het lijkt erop dat we morgenvroeg, vrijdag, om een uur of 5 kunnen vertrekken en dan hopelijk in keer door naar Suez. We zouden daar dan zaterdag in de loop van de dag kunnen aankomen. Ik hoop echt dat we nu niet, zoals zo vaak eerder, te optimistisch zijn.
Het is gelukt. We liggen nu voor de derde dag bij de Suez Yacht Club afgemeerd. Dit is vergane glorie met een krakkemikkige steiger en echt amateuristische aanlegmogelijkheden. We hebben geen keus. Hier moeten alle formaliteiten volbracht worden. En volbracht is het juiste woord. Je kunt het zo gek niet verzinnen of er is op welk vlak dan ook wel iets bedacht om het ons moeilijk te maken. Iedereen wil belangrijk zijn en zich doen gelden en daar plukken wij de wrange vruchten van. Een controle-cultuur ten voeten uit. We treffen het deze keer echter wel met onze agent, Captain Heebi. Hij is alleszins redelijk geprijsd en weet op bewonderenswaardige wijze voor ons en de andere boten de hete kolen uit het vuur te halen bij de autoriteiten. Vanavond komt het leger nog aan boord voor ik weet niet wat voor inspectie en morgenvroeg gaan onze paspoorten weer naar de immigratie. Daar worden we uitgestempeld en dan komt er nog iemand speciaal kijken of we echt degene zijn die op de foto staat. Ik heb inmiddels al een enorme stapel aan copiën van bootregistratie, crewlist, paspoorten etc. overhandigd. Een betreurenswaardige verspilling van papier. Oké, nog even volhouden, dan zijn we weer in Europa waar, naar ik hoop, de afwerking van formaliteiten iets efficiënter en minder bureaucratisch gaat.
Morgenvroeg mogen we vertrekken, dan komt de pilot aan boord. De hele dag varen tot aan het meer in het midden van het traject. Daar de pilot afzetten en ankeren. De tweede dag, 's-ochtends om vijf uur een nieuwe pilot aan boord en de tweede etappe afleggen. In Post Said de pilot droppen en direct de Middellandse Zee in gevolgd door twee etmalen varen naar Cyprus. We houden de vingers gecrossed.
Wordt vervolgd.

Groet, Arnold
Maart 2019


 


Far en Ying, ik heb het getroffen met de crew.

Een onverwachte passagier.

dinsdag 22 januari 2019

Sri Lanka

Als je erbij wilt horen moet je soms concessies doen. Yemaya, een andere Nederlandse boot, en wij hadden er aanvankelijk voor gekozen om als vertrekpunt naar de Golf van Aden naar Cochin in India te varen in plaats van naar Galle in Sri Lanka. Dit met name omdat de haven van Galle niet zo gunstig bekend staat, het zou er vuil en stoffig zijn met slechte voorzieningen. De rest van de groep boten koos toch voor Galle en daar hebben we ons maar bij neergelegd. Nu liggen we dus al een paar weken in die vuile en stoffige haven. Er staat hier ook een constante deining waardoor de boten voortdurend heen en weer getrokken worden, ze liggen dus doorlopend aan de lijnen te rukken. Erg onrustig. De inklaringsformaliteiten zijn erg formeel en bureaucratisch en alles moet via de agent geregeld worden, zelfs het weggooien van de vuilniszak. Nergens eerder hebben we ook een zo omslachtige water- en stroomvoorziening meegemaakt.
Onze tocht vanuit Langkawi is redelijk voorspoedig verlopen. De eerste dagen weinig wind dus veel op de motor gevaren. Daarna ging het voorspoediger. Vooral 's-nachts is het wel een luxe om met drieën te zijn, wachten van 3 uur op en 6 uur af. Samen met Coby deden we altijd 4 uur op en 4 uur af. Als we straks in de Golf van Aden zijn moeten we veel allerter zijn i.v.m. mogelijke piraterij en daar helpt dit dus wel erg goed bij.
Hoe belabberd de haven hier is, zo mooi is Sri Lanka. Van oudsher heeft men op het eiland veel respect gehad voor de natuur en haar jungle. Deze werden hoog gewaardeerd. Alleen de Engelsen begonnen, toen ze hier de Hollanders verdreven hadden, rücksichtslos te kappen. De schade is echter gelukkig beperkt gebleven. Hier geen palmolie plantages en grootschalige landbouw. Wel prachtige jungle, doorkruist door fraaie rivieren en hier en daar mooie groene rijstvelden. Een genot om door heen te trekken. Samen met Deep en Malika, het koppel van Yemaya, ben ik een paar dagen het binnenland in geweest. Met de trein, door de bergen; prachtig. En voor een treinkaartje waarmee we zo'n vijfenhalf uur van het uitzicht konden genieten moesten we maar liefst 2 Euro betalen.
Sri Lanka is voornamelijk boeddhistisch. Overal prachtige tempels waarvan we er verschillende bezocht en bekeken hebben. Vaak al eeuwen vóór Christus gebouwd. Blijft indrukwekkend om te zien en te ervaren.
Far is er een dag of tien op uitgetrokken om z'n duikopleiding te vervolgen en daarna nog rond te trekken. Ying moet het iets meer low budget doen en is met de fiets een aantal dagen langs de zuidkust getrokken. Beiden kwamen voldaan terug aan boord.
Nu rest ons nog een paar dagen om voldoende in te slaan, boodschappen doen dus. Genoeg om ruim vier weken op zee te kunnen vertoeven. Zodra we hier uitgeklaard zijn gaan we de haven uit om buiten in de baai weer voor anker te gaan. Eerst de hul, de schroef en het roer van de windvaan schoonmaken en van alle aangroei en vuiligheid van de haven ontdoen. De dag daarop vertrekken we dan echt voor onze lange tocht. Langer dan al die andere die we tot nog toe gedaan hebben. Zo'n 2800 nautische mijlen. De schatting is ruim 23 dagen maar we hebben al wel afgesproken dat als de winden in de Rode Zee gunstig zijn we nog verder doorgaan, liefst zo noordelijk mogelijk. De Rode Zee is nl. berucht om het feit dat je daar meestal een forse wind pal op de neus hebt. Als we zover zijn hebben we in elk geval het hele stuk waar voorheen zoveel piraterij voorkwam, de Golf van Aden, al gehad.
Wel, ik hoop snel te mogen schrijven dat het ons allemaal goed is gegaan en dat we in goede gezondheid zijn aangekomen in Sudan dan wel Egypte.

21 januari 2018
Arnold

 

Speciaal voor Tygo. Het schijnt dat er snel eieren gelegd moeten worden.





woensdag 26 december 2018

Update, 8 maanden verder....


Alles inpakken voor de komende maanden.
Zo, inmiddels lijkt het me wel tijd voor een update. We zijn intussen  zo’n 8 maanden verder en in die tijd is er dus van alles gebeurd.
De oversteek naar Zuid-Afrika is niet door gegaan. Op het laatst kon ik geen contact meer krijgen met Joran, m’n crewmate. Niet meer via e-mail, geen reacties op whatsapp. Gelukkig bleek het later een samenloop van omstandigheden en niet van nalatigheid of dergelijke, maar inmiddels had ik de trip al wel gecanceld en plan B in werking gesteld. Dat bestond eruit om weer naar het noorden, Langkawi, te varen en samen met vrienden de voorbereidingen uit te werken om een konvooi te organiseren om de oversteek door de Golf van Aden en de Rode Zee te maken. Deze trip is jarenlang erg onveilig geweest in verband met piraterij vanuit Somalië. Internationaal is daar fors op ingegrepen en nog altijd wordt er stevig gepatrouilleerd in het gebied door verscheidene oorlogsschepen. Ook de Nederlandse Marine is hierbij betrokken. Dit heeft tot gevolg gehad dat de piraterij vrijwel geheel onder controle is en dat voor jachten de oversteek op een alleszins aanvaardbaar niveau ligt. 

Naar Langkawi dus, alles doorpraten, overdenken, uitwerken en dergelijke. Daarna weer 5 dagen zuidwaarts varen om Drifter in de marina bij Port Klang klaar te maken om een paar maanden alleen te overleven.

In juni ben ik naar Nederland gevlogen. Onverwachts toch weer sneller samen met Coby dan aanvankelijk de bedoeling was. Hier stond ons, onvoorzien, ook een drukke tijd te wachten. Onze stacaravan was een fijne plek maar allerminst winterhard. Van de veranda echter genoten we elke dag en de omgeving was heerlijk. Toch begonnen we uit te kijken naar een andere stek. Enkele ontwikkelingen op de camping maakten dat we ons er minder thuis voelden. Na een periode van zoeken en eindeloos veel kilometers rijden om stacaravans en campings te bekijken vonden we een natuurcamping met een vrije staplaats die ons erg aansprak.
effe in tweeën zagen....
 Op een andere camping, die helemaal ontruimd moest worden omdat deze in handen van een projectontwikkelaar was overgegaan, vonden we een L-vormig houten chalet. Goed geïsoleerd, dubbel glas en CV. Moest wel even in tweeën gezaagd worden om op twee diepladers naar de nieuwe camping te worden vervoerd. Aldaar weer netjes afgesteld en uitgericht, weer aan elkaar geschroefd en het dak gerepareerd en waterdicht gemaakt. Ondertussen in Didam een blokhut-schuur op de kop getikt en met vereende krachten gedemonteerd, getransporteerd en, met enige haperingen, weer opgebouwd. Er moesten sleuven gegraven worden waarin we water- gas- en elektraleideingen alsmede afvoer aanlegden. De deadline was twintig oktober, dan stond mijn terugvlucht naar Maleisië geboekt. Op het laatste stukje isolatie van de waterleiding na is het nog gelukt ook. Henny heeft intussen zorg gedragen voor dat laatste stukje.


 Terug in Maleisië de oude bootdraad weer opgepakt. In november stond gepland dat de boot het water uit zou gaan. Voor de oversteek van de oceaan wilde ik haar graag in nieuwe antifouling hebben. Het was inmiddels weer twee jaar geleden. Hiervoor ben ik naar Satun in Thailand gevaren. Da’s inmiddels allemaal gebeurd en de laatste voorbereidingen voor de lange tocht zijn in volle gang.
Deze oversteek is te fors om in m’n eentje te doen en voor Coby was het uiteindelijk toch ondoenlijk om mee te gaan, dus ben ik op zoek gegaan naar crew. Via een speciale site kwam ik in contact met Far. Hij is van België, 28 jaar oud, veel reiservaring maar geen zeilervaring. Hij wil wel alles graag leren. Hij had een jaar in Vietnam gewerkt als elektricien aan twee ferries bestemd voor Nederland en wilde na dit project niet op de gebruikelijke manier terugvliegen naar België maar via land en zee terug reizen naar Europa. Hij is in Satun aan boord gekomen, precies op tijd om het aspect van onderhoud en schilderen in het cruisersbestaan ook nog mee te maken.
Far, de crewmate, hard aan het werk...
en hoog boven in de mast.
Vrienden van ons hadden ook iemand afgesproken om als crew mee te gaan richting Middellandse Zee. Door omstandigheden hebben zij hun trip echter moeten uitstellen tot volgend jaar zodat hun crew als het ware op straat stond. Met wat inschikken hebben we hier aan boord wat ruimte gemaakt zodat we nu met drieën zijn. Da's voor zo'n lange oversteek eigenlijk wel een prettiger aantal. Ying is van Maleisië maar van Chinese afkomst. Ze is 34 en heeft ook de nodige reis-, maar meer nog, zeilervaring. Ze is goed gestructureerd en reageert adequaat op situaties. Ik heb bij beide een goed gevoel en ik verwacht dat het ons wel gaat lukken.
Er is intussen een groep van acht boten gevormd die gezamenlijk vanuit Sri Lanka de tocht door de Golf van Aden en de eerste helft van de Rode Zee gaat ondernemen. Er is een heel protocol opgesteld om alles zo gesmeerd mogelijk te laten verlopen. Het gaat nog niet meevallen om op zee met een groep boten binnen een redelijke afstand van elkaar te blijven varen en dit zal van allemaal enige discipline vragen. We stellen echter de veiligheid voorop. Onze eerste oversteek gaat naar Galle in Sri Lanka en zal naar verwachting zo’n tien dagen vergen. Van daaruit zal het konvooi vertrekken voor de gezamenlijke passage. Wij gaan wat vroeger dan de meeste boten opdat we nog wat tijd hebben om een ander van Sri Lanka te zien. De voorbereiding zijn inmiddels getroffen en we zijn min of meer klaar voor vertrek.
Ik ga m’n best doen iedereen via dit blog op de hoogte te houden van ons wel en wee, me er sterk van bewust dat de eer voor alle vorige flessenposten aan Coby toekomt. Zij was steeds degen die het op zich nam ons relaas te schrijven en de foto’s te maken en te selecteren.

Groet en tot de volgende flessenpost,
Arnold

25 december 2018
 

Voor....
en na.







 

zaterdag 14 april 2018

Van Serawak, Borneo naar Singapore

Het einde van het regenseizoen is daar dus tijd om te vertrekken. Ik heb niet het gevoel er al aan toe te zijn maar aangezien onze visa aflopen zullen we wel moeten. Ik heb het gevoel zoveel nog niet gezien te hebben van Serawak en Saba is er al helemaal niet van gekomen. We zullen de nieuwe ankerketting in Singapore moeten kopen.
Van Harte Welkom
Serawak, een provincie in een verdeeld Maleisië. Land van grote schoonheid maar ook deprimerende lelijkheid door de kilometers, kilometers oliepalm plantages, een industrie gerund door voornamelijk Chinezen en een grote bron van inkomsten, maar voor wie? Afschuwelijke eentonige monocultuur benauwend en zelfs sinister, km na km. Eindeloos groen landschap maar het laat geen werkelijke fauna en flora zien. De prachtige neushoornvogel (hornbill), de mascotte en het symbool van Serawak, hebben we maar een keer kunnen spotten. In afgebakende nature reserve parken worden dieren zoals o.a. Orang-oetan nog opgevangen en verzorgd maar voor hoelang? Het geld dat de toeristen binnen brengen beschermd ze nog in zekere zin. De kap van de jungle ten behoeve van de oliepalmindustrie gaat gestaag en in hard tempo door. Het stemt me zo verdrietig! We zien het overal om ons heen gebeuren terwijl we met een auto door Serawak rijden. Zoveel vernietiging van de bestaande natuur. Een artikel onlangs in het NRC; "-Door ontbossing worden orang-oetans naar de randen van de bossen gedwongen en komen ze vanzelf in de buurt van mensen."-
Moeten we de vele producten boycotten waarin palmolie verwerkt zit? Pas op, je hebt er een dagtaak aan. Ik heb wel een opmerking gestuurd n.a.v. een kookrecept in het NRC, waarin volgens mij onnodig palmolie werd aanbevolen.
Longhouse, waarin een hele dorpsgemeenschap samenwoont.
Maar zoals gezegd, Serawak is ook een land van grote schoonheid. We bezoeken bezienswaardigheden als longhouses, parken en markten. Lopen in de jungle en bezoeken het terrein waar ieder jaar een groot worldmusicfestival wordt gehouden en zien daar een optreden van lokale dansgroepen.
Het Chinees Nieuwjaar viel samen met onze trip en dat betekende dat bijna alles 4 dagen gesloten was. Ook kregen we bericht van Francien en Ad, vrienden die ons vertelden dat hun zoon Levi overleden was. Dat drukte de stemming, ook omdat we niet bij ze konden zijn.

We maken ons klaar om naar het zuiden van West-Maleisië te varen door Singapore waters. Ik maak nog even de groetvlag van Singapore om onder de zaling te hijsen. We hebben 4 dagen in rustig weer kunnen zeilen en bij het naderen van Singapore werd het steeds drukker met de uit de kluiten gewassen oceaanstomers, sommige wel 385 meter lang!
Beeld van het AIS systeem
Op een foto van het AIS-beeld ( Automatic Identification System) kun je zien hoeveel schepen er voor anker liggen waar wij doorheen moeten navigeren. De rode lijn is onze vaarroute.
Singapore aandoen met de boot is niet te doen i.v.m. de noodzaak om een agent in te schakelen. Veel te duur, zeker als het maar om een korte periode gaat.
We liggen met Drifter in de rivier aan Maleise kant in een bewaakte luxueuze marina, omringd door torenflats. Overal wordt gebouwd, hoge torenflats waarin heel wat appartementen leeg staan. Een booming en luxe deel van Maleisië. Het leger van Singapore oefent aan de overkant van deze rivier. Patrouille boten varen op en af. Bijna iedere dag is het schieten, soms met behoorlijk zware bommen, met rookzuilen. Het knalt behoorlijk tussen de torenflats. De grote ramen rammelen in hun sponningen. Hoe mooi het appartement ook is, hier zou je geen minuut willen wonen.

We nemen de bus naar Singapore om op zoek te gaan naar de ankerketting die in Maleisië niet te krijgen is. Arnold heeft wat adressen en offertes. Het kost ons 5 uur met verschillende bussen en treinen om de afstand van hemelsbreed een paar kilometer naar het eerste adres te overbruggen! Niet alleen het overstappen van bus naar bus maar ook bij de immigratie en douane aan beide zijden staan honderden mensen te wachten. Het systeem werkt niet zo efficiënt en het lijkt haast op een manier van ontmoedigen om op deze manier te reizen.

Singapore, Gardens by the Bay
Al eerder in de flessenpost van 2014 schreef ik;
Dat Singapore bruisend, kosmopolitisch, multicultureel en een intrigerend mengsel van oud en nieuw is. Dit land is zo goed georganiseerd dat zelfs de tijd van oversteken bij een zebrapad aangegeven staat en vergezeld gaat met geluid van stappen, op het laatst versnellend! Niemand onderscheid zich en we missen de gezelligheid op straat. Is dat wat men bedoeld met 'nieuw'? Vanaf de 50er jaren worden er in de buitengebieden ontelbare torenflats gebouwd en vanuit overheidswegen werd en wordt er vooral gestimuleerd om daar te gaan wonen. Veel groen, mogelijkheden voor sport, speeltuinen, parken, wandelpaden en overdag geen mens te zien! Waar zijn toch al die mensen, moeders met kinderen, kletsende buurvrouwen en ouderen met hun dambordje, de leugenbankjes zoals wij er honderden in Nederland hebben? De Singaporese bevolking lijkt altijd onderweg en iedereen, werkelijk iedereen 'communiceert?' via mobile phone, tabletten en laptops. In de metro praat niemand, allen druk in hun eigen wereld via het display. Nergens schreeuwende reclames en geen lawaai of zelfs geluiden. We hebben gelezen dat de regering, die autocratisch wordt genoemd behoorlijk indoctrineert met ontelbare ‘’opvoedkundige’’ boodschappen. Iedereen behoort te werken. Ledigheid is des duivels oorkussen! Is er in dit land geen armoede, geen daklozen? Nergens een stukje papier, kauwgum, graffiti en de bussen zijn nieuw en brandschoon. Er hangen overal camera’s! Big Brother is...? Geen excessen, geen andersdenkenden? Niemand springt eruit, één schone grijze massa. Alleen maar torenflats met stukjes groen?
Nee, gelukkig zijn Chinatown en de Indische buurt een beetje anders, kleurig, rommeliger, schreeuwend maar vooral toeristisch. En hier overal food-courts en kleine restaurantjes.

Wij vinden uiteindelijk een goede zaak voor scheepswaren en slagen voor 120meter ankerketting. Nu nog proberen deze in Maleisië te krijgen. Een taxi blijkt de enige praktische mogelijkheid. Arnold, voorzien van alle paperwerk speelt het eerlijk en prompt wordt hem door de Maleise douanebeambten gezegd voor de ketting invoerrechten te moeten betalen, 21 Euro per kg. De ketting weegt 270 kg! Een veelvoud dus van wat te ketting waard is. 'Maar oké, er valt misschien nog over te praten.' Uiteindelijk weet de taxichauffeur na lang onderhandelen het bedrag terug te brengen naar 55 Euro, een willekeurig bedrag. Dat verdwijnt natuurlijk in de broekzak. Kijken wij hier nog van op? Niet dus.... of eigenlijk wel! In elk geval goed boos! Ook de chauffeur kan er niet over uit en is zichtbaar ontdaan. Hij zegt zich te schamen voor zijn land en biedt wel honderd keer zijn excuses aan. Hij wil zelfs korting geven op de ritkosten.

Eind april ga ik terug naar Nederland en Arnold begint aan de voorbereidingen om naar Zuid Afrika te varen. Het plan is om samen met Joran, een Nederlander half mei te vertrekken. Hopelijk in Augustus zien Arnold en ik elkaar weer. Laten we zeggen, dat we samen van het corso kunnen genieten.

Groet en tot de volgende blog.
Coby
april 2018


Serawak is ook bekend om de peper.
 
Soms wel 385 meter lang en 60 meter breed.



 


 
Drifter in de marina
......en art rond de marina

Veel decoratie.....

Zo ook in Singapore
 



120 meter is toch een flink eind, en zwáár....


De groetvlag van Singapore onder de zaling

Die vlinder is ruim 15 cm.
 
Nee, het zijn echt gewoon vleesetende planten.
Kippen in diverse verpakkingen....

....en uitvoeringen.


Je kunt het zo gek niet verzinnen... Eet smakelijk!


Nog een longhouse
en interieur.